Subrogatie en cumulverbod FOD

WETTELIJKE SUBROGATIE EN CUMULVERBOD BIJ FOD SOCIALE ZEKERHEID

om onderstaande tekst in PDF te lezen of af te drukken, klik hier

Regeling door artikel 7 van de Wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap.
Het principe geldt dat de verzekeraar van de verantwoordelijke als eerste moet aangesproken worden om de schade te vergoeden. In de praktijk kan dat  aanslepen en is er soms discussie over de verantwoordelijkheden. Intussen heeft het slachtoffer misschien een sterk verminderd verdienvermogen (minstens 2/3) en/of bijkomende kosten om zich in het maatschappelijk leven te integreren.
In afwachting van die vergoeding kan de FOD aan het slachtoffer tegemoetkomingen toekennen ‘als voorschot’ op de uitkeringen en vergoedingen die hij zal ontvangen van de verantwoordelijke.  De FOD zal zich dus later wenden tot de verzekeraar die de schade moet vergoeden ingevolge zijn wettelijk subrogatierecht.

Uitgangspunt:
De inkomensvervangende tegemoetkomingen en de integratietegemoetkomingen streven naar de vervanging of de aanvulling van het inkomen van de persoon met een handicap die niet in staat is, wegens zijn of haar handicap, een voldoende inkomen te verwerven of die bijkomende lasten te dragen heeft. Zij maken deel uit van de bijstandsregeling en zijn residuair. Zij zijn dus een aanvulling op het inkomen van de persoon met een handicap. Deze laatste en zijn partner zijn verplicht om hun aanspraak te laten gelden op andere inkomsten.
Onder die inkomsten vallen onder meer de uitkeringen en vergoedingen die het slachtoffer ontvangt van de verantwoordelijke partij, zijn verzekeraar/fonds.

De inkomensvervangende tegemoetkomingen worden toegekend als het slachtoffer tussen 21 jaar en 65 jaar is en minstens 2/3 minder kan verdienen dan een persoon zonder handicap.
Het slachtoffer ontvangt van de verzekeraar een vergoeding voor loonverlies. Dat deel van de vergoeding zal verrekend worden.
De integratietegemoetkomingen worden toegekend als het slachtoffer tussen 21 jaar en 65 jaar is en zich minder zelf kan redden in het dagelijks en maatschappelijk leven.
Het slachtoffer ontvangt van de verzekeraar een vergoeding voor hulp van derden. Dat deel van de vergoeding zal verrekend worden.
De tegemoetkomingen voor hulp aan bejaarden worden toegekend als het slachtoffer ouder is dan 65 jaar en hulpbehoevend is, dus zich minder zelf kan redden in het dagelijks en maatschappelijk leven. Het slachtoffer ontvangt van de verzekeraar een vergoeding voor hulp van derden. Dat deel van de vergoeding zal verrekend worden.

TIPS:
– meld zo snel mogelijk aan de FOD dat een derde partij verantwoordelijk kan zijn;
– houd alle kosten die u maakt en alle tussenkomsten van andere instanties goed bij en leg die eventueel voor aan de geneesheer tijdens de medische expertise;
– zorg dat alle bestanddelen van de dading/definitieve regeling gedetailleerd zijn;
– zorg dat in de vergoeding door de verantwoordelijke derde voldoende rekening wordt gehouden met de toekomstige kosten en als voorbehoud wordt gemaakt voor de toekomst, wees op uw hoede als er u wordt voorgesteld om deze af te kopen;
– en vergeet niet: u kan niet voor dezelfde schade 2 maal vergoed worden:  de tussenkomsten van de FOD zijn doorgaans bedoeld als voorschotten maar dan wel op dat specifiek deel van de vergoeding door de aansprakelijke verschuldigd.

Heeft u concrete vragen? U kan deze persoonlijk aan de maatschappelijke assistenten vragen. Maandelijks worden in elke provincie zitdagen georganiseerd. Voor meer info zie:

http://www.handicap.fgov.be/sites/5030.fedimbo.belgium.be/files/explorer/nl/bijlage-zitdagen-vlaanderen-brussel.pdf

no replies

Laat een bericht achter